Oefenen met noodsteunpunten: samen voorbereiden op langdurige noodsituaties
Wat als de stroom langere tijd uitvalt en ook telefoon, internet en andere voorzieningen niet meer werken? En je dus ook 112 niet meer kan bellen? Of als er een andere grootschalige en langdurige noodsituatie ontstaat? Dan is het belangrijk dat inwoners weten waar ze terechtkunnen voor betrouwbare informatie en om noodmeldingen te doen.
Daarom worden in Nederland voorbereidingen getroffen voor het inrichten van noodsteunpunten: herkenbare, fysieke, goed bereikbare plekken waar inwoners tijdens een grootschalige en langdurige stroomuitval terechtkunnen voor informatie, een luisterend oor en, als reguliere communicatiemiddelen niet meer werken, om een noodmelding te doen. Een noodsteunpunt is een aanvulling op de eigen voorbereiding en zelfredzaamheid van inwoners. Het is geen opvanglocatie en geen plek waar mensen eten, drinken of een slaapplaats kunnen krijgen.
Nog volop in ontwikkeling
Noodsteunpunten zijn er op dit moment nog niet. Daarom wordt in 2026 op veel plaatsen in Nederland geoefend. Tijdens de landelijke pilot wordt onderzocht wat nodig is voor goed functionerende noodsteunpunten, zoals geschikte locaties, bereikbaarheid, de informatiebehoefte van inwoners en de benodigde mensen en middelen.
De ervaringen uit de verschillende oefeningen worden samengebracht en vormen de basis voor een landelijke aanpak. Veel gemeenten, verspreid over alle 25 veiligheidsregio’s, doen mee aan deze landelijke oefening (pilot).
Wat gebeurt er in Gelderland-Zuid?
In Gelderland-Zuid doen deze gemeenten mee aan de oefening: Beuningen, Buren, Druten, Heumen, Maasdriel, Nijmegen, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Wijchen en Zaltbommel. We onderzoeken samen wat in onze regio werkt en nodig is. De oefening vindt plaats op 3 november.
Een noodsteunpunt moet passen bij de omgeving en de inwoners. Wat in een klein dorp een geschikte locatie is, hoeft dat in een stad niet te zijn. Daarom wordt ook gekeken naar de lokale situatie en de manier waarop inwoners het beste kunnen worden bereikt. Daarnaast oefenen we met coördinatiepunten: schakels tussen noodsteunpunten, hulpdiensten en de crisisorganisatie. Zij zorgen ervoor dat noodmeldingen (112-meldingen) op de juiste plek terechtkomen. En dat inwoners via de noodsteunpunten actuele en betrouwbare informatie krijgen.
De gemeente organiseert en beheert een noodsteunpunt lokaal. VRGZ ondersteunt met kennis, regionale afstemming en de verbinding met hulpdiensten. Ook maatschappelijke organisaties, vrijwilligers en inwoners spelen een belangrijke rol bij een goed functionerend noodsteunpunt.
Oefenen om te weten wat werkt
Het doel van de oefening is of inwoners bij grootschalige en langdurige stroomuitval via een noodsteunpunt een noodmelding kunnen doen en informatie over de crisis kunnen ontvangen. Tijdens de oefening onderzoeken we onder andere hoe gemeente, de crisisorganisatie van de veiligheidsregio, hulpdiensten en lokale partners samenwerken; welke locatie en inrichting geschikt kunnen zijn; en welke functies en middelen wenselijk zijn.
Zo bouwen we stap voor stap aan een aanpak die past bij Gelderland-Zuid én aansluit bij de landelijke ontwikkeling.
Van oefenen naar een landelijke aanpak
De lessen en ervaringen uit de landelijke pilot, inclusief de oefeningen van 3 november, verwerkt het NIPV in een landelijke handreiking. Deze verschijnt in 2027 en geeft gemeenten en veiligheidsregio’s meer houvast bij de inrichting en uitvoering van noodsteunpunten.
Denk vooruit
Bij een noodsituatie die 72 uur of meerdere dagen lang duurt, kan hulp even op zich laten wachten. Daarom is het slim om goed voorbereid te zijn. Dat vraagt actie van iedereen: van de overheid, maar ook van inwoners. Door je goed voor te bereiden, kun je jezelf én anderen helpen als het nodig is. Meer informatie over je voorbereiden op noodsituaties vind je op Denk vooruit.
