Zwaailicht en sirene
Je rijdt op een rotonde en achter je rijdt de brandweer, met zwaailicht en sirene. Wat doe je?
Kijk regelmatig in je spiegels
Het is soms lastig een voorrangsvoertuig op tijd op te merken. Uit onderzoek blijkt dat het vaak voorkomt dat je het voorrangsvoertuig laat opmerkt als je rijdt met een wat hogere snelheid en het voorrangsvoertuig van achteren nadert. Je kunt het voorrangsvoertuig dan namelijk pas horen als het al vrij dichtbij is. Kijk daarom regelmatig in je spiegels, dan zie je een voorrangsvoertuig eerder.
Acht tips bij zwaailichten en sirenes
1. Blijf kalm en rustig.
Kijk eerst wat de mogelijkheden zijn en kies dan wat je gaat doen. Doe dit pas op het moment dat dat ook veilig kan. Als ruimte maken tot een onveilige situatie leidt, dan is het ook voor het voorrangsvoertuig veiliger om even te wachten. Het voorrangsvoertuig zoekt zo veel mogelijk zelf zijn weg. Je kunt ervan uitgaan dat de bestuurder ziet waar het voorrangsvoertuig er door kan.
2. Blijf op een rotonde rijden.
Rij je op een rotonde, blijf dan op die rotonde totdat het hulpverleningsvoertuig de rotonde heeft verlaten. Vervolg daarna je weg zoals gepland.
3. Als er een rijstrook vrij is, laat deze dan ook vrij.
Als je op de weg rijdt en een hulpvoertuig nadert, zorg dan dat je geen rijstrook blokkeert. Op snelwegen of andere vierbaanswegen kun je door een rijstrook vrij te laten het hulpvoertuig sneller doorlaten. Geef duidelijk richting aan en vermijd plotselinge bewegingen, zodat het voor andere bestuurders duidelijk is wat je doet.
4. Houd afstand van je voorganger.
Op die manier kun je ruimte maken voor het hulpverleningsvoertuig.
5. Laat de vluchtstrook vrij voor het hulpverleningsvoertuig.
De vluchtstrook is bedoeld voor noodgevallen. Hulpvoertuigen gebruiken deze om snel op de juiste plek te komen. Rijd nooit op de vluchtstrook, ook niet bij files. Als je een sirene hoort, zorg dan dat de vluchtstrook vrij blijft.
6. Houd je aan de maximumsnelheid.
Vervolg je weg totdat zich een mogelijkheid voordoet om ruimte te maken, zoals een rotonde of parkeerhaven.
7. Houd je altijd aan de verkeersregels.
Dit maakt je gedrag voorspelbaar voor de chauffeur van politieauto, brandweerwagen of ambulance. Door je aan de regels te houden voorkom je ook dat je ander verkeer in gevaar brengt.
8. Kijk regelmatig in je spiegels
Het kan lastig zijn een hulpvoertuig op tijd te zien, vooral als het van achteren komt. Kijk daarom regelmatig in je spiegels. Zo kun je het voertuig eerder zien aankomen en sneller reageren. Dit is vooral belangrijk als je op een drukke weg rijdt. Zo voorkom je gevaarlijke situaties.
